Het Nederlandse woord vuren is de genormeerde naam voor het hout van de fijnspar (Picea abies). Het wordt ook wel vurenhout genoemd.
De kleur van vuren is bleek tot witachtig geel met een zachte en grove tekening. Na langdurige blootstelling aan licht wordt het geelbruin. Het is dus beter om het snel af te werken, zodat het niet zo snel verkleurt. Er is geen opvallende harsgeur zoals bij grenen. Vuren is niet erg duurzaam: het kan slecht tegen vocht. Vuren is een relatief makkelijk te impregneren, te verven, te beitsen en af te lakken houtsoort. Dit kan uiteraard de duurzaamheid aanmerkelijk vergroten. Ook bij toepassing onder water blijft het lang goed (heipalen).
Het hout wordt veelal geïmporteerd uit Scandinavië en het Baltische gebied (inclusief Rusland), maar ook uit midden Europa. Het kwalitatief beste hout komt uit wat koudere gebieden, omdat daar de bomen trager groeien, met als gevolg fijnere groeiringen. Zeer fijnjarig (smalle groeiringen) vuren uit midden Europa wordt gebruikt in muziekinstrumentenbouw.
sluiten